12
Ik moest snel bij Alex uit de buurt komen voordat ik iets geks deed, zoals tegen haar schreeuwen omdat ze vanavond Bradley zou zien. Dan zou ze precies weten wat ik voor hem voelde. Alex had mensen altijd snel door. Ik wilde niet dat ze het wist. Ik wilde niet dat íémand het wist voordat ik wist wat Bradley voor mij voelde. Was ik voor hem gewoon een vriendin? Of kon hij weer verliefd op me worden als hij de kans kreeg? Of was hij nu heimelijk verliefd op Alex? In dat geval zou ik nooit een toekomst met hem kunnen hebben, want dan zou ik me altijd de troostprijs voelen.
Ik rende de straat door en probeerde zo veel mogelijk ruimte tussen mij en Alex te krijgen. Waarom ging het altijd zo als ik bij mijn zus in de buurt was? Ik was negenentwintig, maar het voelde alsof ik weer op de middelbare school zat. Alex stond op de cover van het tijdschrift van onze stad, ze kwam vanavond op tv en daarna ging ze uit met de jongen die ik leuk vond. Ze had alles. Ze had altijd alles gehad.
Hete tranen verblindden me toen ik de weg overstak. Er schalde een toeter en ik sprong weer op de stoep terwijl er een bus voorbij denderde. Ik had maar twee straten gelopen, maar ik was van een woonstraat naar de hoek van M Street en Wisconsin Avenue gedwaald. Ik knipperde met mijn ogen en een groot hoekgebouw kwam in beeld. Het was Georgetown Park.
Ik keek naar mijn sobere pak en schoenen met lage hakken, en toen weer naar het winkelcentrum.
Ik werd opeens overvallen door een sterke behoefte aan iets. Ik wilde mooi ondergoed. Ik smachtte naar felle lippenstift. Ik wilde dolgraag mijn keurige zwartgrijze pak afschudden en in een nieuwe outfit stappen, eentje waarin ik me mooi en sexy en jong voelde. Eentje waarin ik aan mezelf en de vreselijke gevoelens die me bestookten kon ontsnappen.
Ik rende de roltrap af het winkelcentrum in. Ik haastte me erdoorheen terwijl ik de namen van de winkels waar ik langskwam las. Toen zag ik het: Victoria’s Secret.
‘De katoenen slipjes zijn in de aanbieding,’ vertelde een verkoopster met een zilveren neusring me toen ik binnenstormde alsof ik achternagezeten werd. ‘Twee voor de prijs van één.’
‘Ik heb iets sexyers nodig,’ zei ik.
‘Ga je op huwelijksreis?’ vroeg de verkoopster. Ik zag haar behabandje met luipaardprint onder haar witte tanktop vandaan piepen. ‘Want er is net een prachtige nachtpon met bijpassende ochtendjas binnengekomen.’
Een ochtendjas? Zelfs de verkoopster van Victoria’s Secret vond me keurig. Zij en de andere verkoopster, die tegen de toonbank leunde en haar nagels donkerpaars lakte, zouden waarschijnlijk om me moeten lachen als ik weg was.
‘We konden tenminste die omaonderbroeken aan haar kwijt,’ zou Paarse Nagels zeggen. ‘Ik dacht dat we daar nooit van af zouden komen.’
Ik kneep mijn ogen tot spleetjes. ‘Wat ik eigenlijk moet hebben is een jarretelgordel,’ zei ik. ‘Mijn oude is helemaal versleten.’
Ze knipperde met haar ogen, liep toen naar een display en gaf me een jarretelgordel. Niets minder dan zwart kant.
Twintig minuten later beende ik beladen met roze tassen vol push-upbeha’s met gel erin, fijne kanten strings en een rode zijden teddy de winkel er schuin tegenover in. Een paar minuten later liep ik daar weer uit in een strakke donkere denim spijkerbroek, een vleeskleurig kanten topje en een dofroze kort suède jack.
Het was een begin, maar ik moest meer hebben! Ik voelde een pijn vanbinnen, een leegte die ik snel moest vullen. Ik schoot winkel na winkel in als een verslaafde op zoek naar een shot, met ogen die alle kanten op vlogen. Wat wilde ik? Een zacht leren handtas? Zelfbruiner? Een zijdeachtige haltertop zo donker auberginekleurig dat het bijna zwart was?
Ik tolde rond, kijkend naar de etalagepoppen die me lieten watertanden. De nieuwe lentelijn was net binnen: er waren bolerovestjes en strakke T-shirts in sorbetkleuren. Zwarte schoenen met hoge hakken en riempjes die zich kruiselings om je kuiten wonden. Ruwe zilveren oorringen en brede turquoise armbanden. Jurkjes met één blote schouder, flirterige korte rokjes die tot halverwege de dij kwamen, transparante zigeunertopjes met kapmouwen. Ik wilde het plotseling allemaal; alle make-up die ik nooit had gedragen, alle schattige, sexy kleding waarvoor ik mijn verstandige neus had opgehaald omdat ik wist dat ze het volgende seizoen uit de mode zouden zijn terwijl mijn kwaliteitsklassiekers voor altijd mee konden.
Ik verzamelde een armvol kleding en ging snel een pashokje in. Ik kwam eruit met twee van de strakke shirtjes in limoen en cerise, een zwartzijden coltrui met een hap uit de rug zodat mijn ruggengraat ontbloot was, een ongelooflijk flatteuze bustier met zwarte kanten randjes, een brandweerwagenrode jurk met een diepe v-hals en ook een crèmekleurige met één blote schouder. Hijgend keek ik om me heen. Nu had ik nog funky oorbellen en een nieuw parfum nodig. Ik was nog niet klaar, bij lange na niet.
De vrouw achter de MAC-toonbank staarde naar me.
‘Kom hier,’ zei ze en ze wenkte me. ‘We doen vandaag gratis make-overs. Ik zou jou dolgraag onder handen willen nemen.’
Normaal gesproken ben ik bang voor gratis make-overs. Ik heb te veel vrouwen twintig jaar ouder zo’n stoel af zien komen, met een dikke laag eyeliner en clowncirkels op hun wangen. Maar de MAC-vrouw was jong en hip, met een streep roze in haar zwarte haar en een tatoeage van een ster op haar rechterschouder. Ze zag eruit alsof ze verstand had van combineren.
‘Waarom ook niet,’ zei ik. Ik legde mijn kleren op de toonbank en ging op een kruk zitten.
‘Je hebt sterke ogen en lippen,’ zei ze terwijl ze iets koels en zachts over mijn gezicht smeerde en het er met een wattenschijfje afveegde. ‘Ik zou je absoluut donkere kleuren aanraden.’
‘Geen kobaltgroen of -blauw,’ smeekte ik.
‘Relax,’ beval ze. ‘Zie ik eruit alsof ik een Stepford-vrouw van je zal maken?’
Ik hield mijn ogen gesloten terwijl kleine borsteltjes mijn oogleden kietelden en over mijn wangen dansten en er met potlood voorzichtig een lijntje om mijn lippen werd getrokken.
‘Waar is mijn donkerpaarse oogschaduw?’ mompelde ze en mijn ogen schoten open van schrik.
‘Ogen dicht,’ beval ze met een gemeen uitziend zilverkleurig instrument in haar hand dat ik herkende als een wimperkruller omdat Alex die altijd in de badkamer liet slingeren.
Alex.
‘Hou eens op met fronzen,’ beval de MAC-vrouw me, en ik probeerde nergens meer aan te denken.
Ik voelde haar iets onder mijn ogen inkloppen en daarna lijntjes op mijn bovenste oogleden trekken.
‘Een beetje goudglans zou prachtig staan bij jouw olijfkleurige huid,’ mompelde ze op een gegeven moment, en haar vingers gleden lichtjes over mijn gezicht. ‘Ik veeg ook een beetje op je sleutelbeen.’
Even later zei ze: ‘Mag ik ook iets met je pony doen?’
‘Ga je gang,’ antwoordde ik grootmoedig, en ze spoot er iets op en ging aan de slag. Ik voelde dat ze mijn haar losmaakte en over mijn schouders liet vallen, daarna begon ze het in plukken te draaien met haar vingers en spoot ze er iets op dat heerlijk naar grapefruit rook.
Een kwartiertje later deed ik mijn ogen open en staarde in de spiegel. Een vreemde keek terug. Mijn ogen leken groter, mijn huid straalde alsof ik de hele middag op het strand had gelegen en mijn pony hing naar één kant zodat op de een of andere manier de aandacht op mijn jukbeenderen werd gevestigd. En mijn lippen… o, mijn lippen!
‘Je hebt ze groter gemaakt,’ zei ik terwijl ik er met mijn hand naartoe ging.
‘De truc is een beetje concealer vlak boven de cupidoboog,’ zei ze. ‘Ze zijn al vrij vol, maar dat misleidt het oog zodat ze nog voller lijken.’
‘Ik neem alles,’ zei ik en trok mijn creditcard.
‘Mooi,’ zei ze. ‘Ik zal een kaart voor je maken waarop precies staat hoe je alles op moet doen, zodat je het de volgende keer zelf kunt. Je hebt ook een paar goeie borsteltjes nodig. Make-up staat of valt met goede borsteltjes. En doe ons allebei een plezier en laat je pony een paar centimeter langer groeien.’
Ik greep de tassen en de instructiekaart die ze me gaf, liep naar de roltrap en stopte onderweg bij elke spiegel die ik tegenkwam om mezelf aan te gapen. Schoenen. Nu moest ik schoenen hebben. Een verdieping hoger ontdekte ik meteen een paar karamelkleurige leren laarzen met zilveren gespjes kruiselings over de voorkant. Het leer was zo soepel dat de laarzen aanvoelden alsof ze smolten in mijn handen. Ik moest ze hebben. Het was een lichamelijk verlangen dat zo sterk was dat het me hulpeloos in zijn macht had.
‘Weet je wat het geheim van deze laarzen is?’ Een verkoopster was steels naar me toe gelopen en fluisterde: ‘Een van de hakken is een ietsepietsie korter dan de ander.’
‘Waarom?’ vroeg ik.
‘Trek ze maar eens aan en loop ermee door de winkel, dan zie je het vanzelf,’ instrueerde ze, waarna ze zich naar het magazijn haastte om mijn maat te pakken.
Het was ongelooflijk. Ik had niet alleen nieuwe laarzen, ik had een heel nieuw loopje. Mijn heupen staken uit als die van een catwalkmodel en mijn achterste wiegde heel subtiel heen en weer. Een jongen op de roltrap draaide zich om om naar me te staren en struikelde op het einde omdat hij vergat eraf te stappen.
‘Die zijn elke cent waard,’ zei ik tegen de verkoopster.
Niet alleen de lippenstift en de laarzen waren anders. Ik realiseerde me ineens dat ík anders was. Mijn schouders kromden zich niet meer gespannen naar voren. Mijn ogen waren niet neergeslagen. Ik straalde iets uit waar ik mijn vinger niet zo goed op kon leggen. Iets totaal onbekends. Iets krachtigs en geweldigs en bedwelmends.
‘Mag ik ook een paar van die zwarte met hoge hakken die zo om je kuiten omhoog lopen?’ vroeg ik terwijl ik de verkoopster mijn creditcard overhandigde.
‘Natuurlijk. Maat negenendertig, hè? Wist je dat Marilyn Monroe ook een stukje van één hak afschaafde,’ vertrouwde de verkoopster me toe terwijl ze de prijzen aansloeg. ‘Je partner zal ze geweldig vinden.’
‘Partner?’ vroeg ik met een knipoog. ‘Partners bedoel je.’
‘Go girl!’ zei ze. Ze stopte mijn verstandige zwarte pumps en mijn nieuwe sandaaltjes met enkelbandjes in een zak en gaf ze me.
Ik deed nog een laag van mijn nieuwe lippenstift op en liep heupwiegend de straat op. Later zou ik de schade aan mijn creditcard uitrekenen en onder ogen zien wat ik zojuist had gedaan. Later zou ik in paniek raken en me afvragen of ik alles terug moest brengen of gewoon maar achter in mijn kast stoppen en doen alsof dit nooit was gebeurd. Maar nu wilde ik alleen maar genieten van dit ontzettend opwindende gevoel.
De buitenlucht voelde koud en verfrissend aan in mijn gezicht. Ik stak mijn hand op om een taxi aan te houden en liet hem daarna weer zakken omdat ik mijn euforie voelde verdwijnen. Ik kon niet alleen thuiszitten terwijl Alex en Bradley iets gingen drinken. Ik wist dat ik gek werd als ik me voorstelde hoe Bradley naar foto’s van Alex staarde en haar vertelde hoe ontzettend mooi ze eruitzag, terwijl hun bovenbenen steeds dichter naar elkaar toe gingen. Ik voelde de gevaarlijke kolen van mijn jaloezie weer opgloeien.
Alex en Bradley gingen naar een kroeg? Prima, dan ging ik ook naar een kroeg. Ik zou een glas wijn nemen en genieten van mijn nieuwe look en wat van de vreugde oproepen die ik voelde toen mevrouw Givens vroeg of ik terug wilde komen voor een tweede gesprek. Dat zou ik Alex niet ook nog van me af laten nemen.
Ik liep de heuvel af richting de Potomac River. Een drietal straten verderop lag een visrestaurant, Tony & Joe’s, op het water. Ik schreed over de stoep en een paar gozers die me tegemoet kwamen deden een stap opzij om me erlangs te laten. Grappig, meestal was ik degene die anderen erlangs liet. Dat was me nooit opgevallen. Ik liep anders. Ik nam meer ruimte in en schaamde me er niet voor. Mijn armen zwaaiden mijn tassen naar voor en achter en ik maakte grotere passen. Een langsrijdende automobilist floot naar me en ik draaide me naar hem toe en glimlachte in plaats van naar de grond te staren.
Ik was beslist toe aan een borrel. Misschien zou ik mezelf ook op een lekker etentje trakteren.
Ik stak net de parkeerplaats van het visrestaurant over toen ik stemmen hoorde. De lage, boze stem van een man en een hoge, smekende van een vrouw. Waarschijnlijk gewoon iemand die met haar vriend kibbelde, dacht ik, maar mijn instinct liet me mijn pas inhouden.
Er stond een pick-up in de weg, dus ik liep eromheen en het stel kwam in zicht. De man was rond de veertig, klein en mager, en hij droeg een pak met stropdas. Ik kon zijn ogen niet zien omdat hij een zonnebril met spiegelende glazen op had hoewel het al schemerde.
‘Wil je alsjeblieft opzij gaan zodat ik mijn auto in kan?’ vroeg de vrouw. ‘Ik kan niet met je praten als je zo doet.’
‘Wat ben je toch een kutwijf,’ schreeuwde de man. ‘Hoezo kan je niet met me praten? Waarom kan je verdomme niet met me praten?’
De man was duidelijk woedend. Hij begon zijn zelfbeheersing te verliezen. Moet ik het alarmnummer bellen of zou dat overdreven zijn, vroeg ik me af. Hij kwam op haar af en zij deed een stap naar achteren. Van zijn gezicht viel woede af te lezen. Geen van beiden zag me. Moest ik om hulp roepen? Ik keek wild om me heen. De enige persoon die ik zag was een man die langs het water zijn hond uitliet, maar dat was honderd meter verderop. Hij zou me misschien niet horen.
Voor ik iets kon doen, hoorde ik een klap. Had de man de vrouw nou tegen haar auto geduwd? Zonder na te denken liet ik mijn tassen vallen en rende naar ze toe.
‘Hé!’ riep ik. ‘Laat haar met rust!’
De man wreef over zijn knokkels en de vrouw leunde naar achteren tegen de auto. Toen hij me zag, zei hij geen woord. Hij liep gewoon weg, alsof hij een zondagmiddagwandelingetje maakte.
‘Gaat het?’ vroeg ik terwijl ik naar de vrouw toe rende.
‘Ik denk het,’ antwoordde ze. Maar toen begaven haar benen het en zakte ze langs de auto op de grond. Ze leek wel in een shock. Ze zag zo bleek dat ik bang was dat ze flauw zou vallen. Haar blauwe ogen stonden ver opengesperd en angstig.
‘Heeft hij je geslagen?’ vroeg ik. Ik boog me naar haar toe en bekeek haar gezicht van dichtbij, maar ik zag niets. ‘Moet ik een ambulance bellen?’
‘Hij raakte mijn auto,’ zei ze en ze wees naar een deuk in het portier aan de bestuurderskant. Ze blies hard haar adem uit en ik zuchtte ook van opluchting.
‘Maar dat had hij misschien nog wel gedaan, als jij er niet was geweest,’ zei ze. ‘Bedankt.’
‘Ik ben alleen maar blij dat ik er ben,’ zei ik. ‘Zal ik de politie voor je bellen?’
Ze schudde haar hoofd. ‘Die prins op het witte paard is mijn ex-man,’ zei ze.
‘Wauw,’ zei ik. Ik kon niets anders bedenken.
‘Snap je waarom ik van hem ben gescheiden?’ Ze lachte het soort lachje waar geen humor in zit en schudde toen haar hoofd. ‘Ik ben ook zo stom. Ik weet niet waarom ik ermee instemde vanavond met hem af te spreken. We moesten wat papieren ondertekenen en ik had ze gewoon op het kantoor van zijn advocaat moeten afgeven, maar ik dacht aan de zeven jaar dat we getrouwd zijn geweest. Ik denk dat ik die wilde eren of zo. Ik dacht dat we elkaar de hand konden schudden en elkaar het beste konden wensen. Ik bedoel, toen we net getrouwd waren was hij helemaal niet zo…’
Ze hield op met praten en stond op.
‘Sorry,’ zei ze. ‘Jezus, wat ben ik een wrak. Ga ik je ook nog mijn levensverhaal zitten vertellen. Nogmaals bedankt.’
‘Weet je zeker dat je in staat bent om te rijden?’ vroeg ik. Ze zag nog steeds behoorlijk bleek. ‘Wil je niet liever iemand bellen?’
‘Ik red me wel,’ zei ze. Ze pakte mijn hand in haar beide handen vast. Ze waren ijskoud. Ze stofte haar jurk af, opende haar portier en stapte in. Maar ze stak de sleutel niet in het contact.
‘Als je het zeker weet,’ zei ik. Ik liep een stukje terug en pakte mijn tassen op, toen keek ik om. Ze zat daar nog steeds, starend in het niets. Ze leek zo bedroefd. Impulsief liep ik snel terug naar haar auto.
‘Ik ging net een glaasje wijn drinken,’ zei ik en ik gebaarde naar het restaurant. ‘Wil je mee? Als je een tijdje zit en tot rust komt, voel je je misschien beter.’
Ik weet niet wat me ertoe bewoog. Misschien kwam het doordat haar gezicht zo open en vriendelijk was, met diepe lachrimpels om haar ogen heen, wat ervan getuigde dat dit een vrouw was die doorgaans lachte. Of misschien kwam het doordat ik een verwante ziel in haar zag: haar leven was ook in elkaar gestort en ze probeerde het nu weer op te bouwen.
‘Nu?’ Ze keek op in mijn gezicht. ‘Heb je dan niet met iemand afgesproken?’
‘Nee, ik ben alleen,’ zei ik.
‘Echt waar?’ vroeg ze. ‘Ik kan me niet voorstellen dat iemand die er zo uitziet als jij in haar eentje uitgaat.’
Wat kon ik daarop zeggen? Dat ik er normaal niet zo uitzag, dat het een kostuum was? Dat ik net een kind was dat zich voor Halloween verkleed had?
‘Ik ga graag met je mee, als je het echt niet erg vindt,’ zei ze. ‘Een glas wijn is precies wat ik nodig heb.’
Ze stapte de auto uit en we liepen Tony & Joe’s binnen. Het was te laat voor de lunch en nog geen happy hour, dus we konden kiezen waar we wilden zitten. We ploften neer in twee comfortabele fauteuils bij een glazen wand die op het water uitkeek. Ik zou me ongemakkelijk moeten voelen – ik zat daar met een vrouw van wie ik niets wist behalve dat ze een gewelddadige ex-man had – maar iets aan haar stelde me op mijn gemak. Of misschien was het de nieuwe ik die op haar gemak was. Misschien gaven de kleding en make-up die ik droeg me het gevoel dat ik een rol speelde en dat ik niet zelf mijn handelingen regisseerde.
‘Ik weet niet eens hoe je heet,’ zei ze nadat we allebei een glas chardonnay hadden besteld.
‘Lindsey,’ zei ik.
‘Ik ben May,’ zei ze. ‘En ik ben je zo dankbaar. Wil je geloven dat…’
Haar mobiele telefoon ging en ze maakte haar zin niet af.
‘Sorry,’ zei May. ‘Het is werk. Vind je het erg? Ik zal het kort houden.’
‘Nee hoor,’ zei ik. Grappig, May leek me helemaal niet het type drukke zakenvrouw. Ze deed me eerder aan de tandenfee denken met haar lange bloemetjesjurk en uitbundige bos bruingrijze krullen. Aan de andere kant zag ik er waarschijnlijk ook niet uit als iemand die haar plekje op de lijst van de decaan verwoed had verdedigd tijdens haar schooltijd, dacht ik terwijl ik mijn topje ophees zodat mijn tieten er niet uit zouden floepen.
‘Blind Dates,’ zei May in haar telefoon. ‘O Devlin, wat goed om van je te horen! Maar moet je niet naar je afspraakje?’
Ze trok haar wenkbrauwen op tijdens het luisteren en schudde toen het hoofd.
‘Je bent gewoon nerveus,’ zei ze. ‘Dat is heel normaal. Het is je eerste afspraakje in veertien jaar. Het is voor iedereen moeilijk om weer te gaan daten na een scheiding.’
Hmm… fascinerend.
‘Devlin, je bent een slimme, aardige vent. Weet je hoeveel vrouwen je dolgraag willen leren kennen?’ vroeg May. ‘Zullen we je lijstje met gespreksonderwerpen samen doornemen?’
Nu had ik het doen alsof ik naar het water keek opgegeven en staarde May schaamteloos aan.
‘Hm-mm… en vergeet je reisje naar Ierland niet,’ zei May. ‘Vertel dat grappige verhaal over die hond die de kroeg in glipte maar. En denk aan de regel over het einde van de avond. Als je niet geïnteresseerd bent, moet je niet zeggen dat je haar wel zult bellen. Zeg gewoon dat je een fijne avond hebt gehad.’
May sloot het gesprek af en liet haar telefoon in haar tas vallen.
‘Sorry,’ zei ze en ze nam een grote slok van de wijn die de serveerster had gebracht terwijl ze aan de telefoon was. ‘Ah, net wat ik nodig had. Ik heb een datingbureau, Blind Dates, en dat was een van mijn klanten.’
‘O ja? Hoe lang al?’ vroeg ik.
‘Een jaar of acht,’ antwoordde ze. ‘Ik vind het geweldig leuk. Ik leer mijn klanten stuk voor stuk eerst kennen voordat ik ze aan iemand koppel. Op die manier voelt het voor hen echt als een blind date. En ik doe ook een achtergrondonderzoek en bekijk voor de zekerheid hun financiële positie.’
‘Interessant,’ zei ik. ‘Hoeveel klanten heb je?’
‘Meestal een stuk of zestig tegelijkertijd,’ zei ze. Toen verschenen er kuiltjes in haar wangen. ‘Al negen van mijn stellen zijn getrouwd!’
‘Behoorlijk goed slagingspercentage,’ zei ik. Ik zag May zichtbaar ontspannen nu ze over haar bedrijfje sprak, maar dat was niet de enige reden waarom ik vragen stelde. Ik was oprecht geïnteresseerd.
‘Maar genoeg over mij,’ zei ze. ‘Vertel eens wat over jou. Wat doe je als je niet waanzinnig aardig doet en vrouwen op parkeerplaatsen redt?’
Ik glimlachte bedroefd. Grappig, maar ik was vroeger dol op die ‘Wat doe je?’-vraag. Nu kneep mijn maag ervan dicht.
‘Nou, ik ben net vanuit New York hierheen verhuisd,’ zei ik.
‘Dat verklaart het,’ zei May. ‘Ik dacht al dat er een reden moest zijn waarom je vanavond niet met een vriendje had afgesproken. Heb je iemand in New York?’
Ik dacht aan Bradley en ik voelde mijn gezicht betrekken. Er was wel iemand, maar die was nu bij mijn tweelingzus.
‘Sorry,’ zei May. ‘Ik stel te veel vragen. Maar als het je wat opvrolijkt, die mannen bij de bar staan al naar je te staren sinds je binnenkwam.’
Ik keek erheen en zag drie yuppies bij de bar, allemaal in een donker pak met hun stropdas los om hun nek. Ze glimlachten en een van hen hief zijn bierglas naar me op als toost.
Ik draaide me weer terug naar May. ‘Echt? Sinds ik binnenkwam?’
‘Dat ben jij toch wel gewend, schat?’ zei ze.
Ik keek weer naar de mannen, en toen weer naar May. Als ze eens wist. Ik had geen idee hoe ik moest reageren op mannen die met me flirtten. Wat moest ik doen? Mijn glas naar hen heffen? Naar ze toe lopen en gedag zeggen? Ik voelde me als een reiziger in een vreemd land, waar ik de taal en gewoonten niet kende. En zodra ik mijn mond open zou doen, zou iedereen weten dat ik daar niet hoorde.
‘Vertel eens wat meer over je bedrijfje,’ zei ik en ik wierp de mannen een vlugge glimlach toe voordat ik wegkeek en me op veiliger terrein begaf. ‘Hoe weet je welke mensen je aan elkaar moet koppelen?’
‘Dat doe ik op gevoel,’ zei ze en haar ogen begonnen te stralen. ‘Dat vind ik het leukste onderdeel van het werk. Soms heb ik twee mensen van wie je op papier nooit zou denken dat het zal klikken, maar dan zegt een zesde zintuig me dat het de moeite waard is om ze te koppelen. En dat stemmetje heeft het heel vaak bij het rechte eind!’
‘Zijn de meeste van jouw klanten gescheiden?’ vroeg ik.
‘Sommige, maar ik krijg allerlei mensen. Studenten, weduwnaars, zelfs een voormalige tweedeprijswinnares van de Miss Maryland-verkiezingen,’ zei ze. ‘Ze heeft het op het moment erg naar haar zin met een medisch onderzoeker. Ik zit eraan te denken om ze voor een advertentie te gebruiken.’
Ze nam me van hoofd tot voeten op. ‘Weet je, ik heb nog wel een gozer waar je het vast heel goed mee kan vinden. Geïnteresseerd? Je hoeft natuurlijk niet te betalen.’
‘Dank je,’ zei ik, ‘maar ik heb al iemand. Ik bedoel, niet echt, maar ik ben ermee bezig.’
‘Ah,’ zei May. ‘Nou, die heeft dan ontzettende mazzel.’
‘Dank je,’ zei ik blozend. Was het voor Alex elke dag zo, dat complimentjes als confetti over je heen werden gesmeten? Wat leuk om zo te leven. Het enige wat er geregeld over mij heen stortte was regen.
‘Maar ik ben wel ergens anders in geïnteresseerd,’ zei ik. ‘Vertel eens over die advertentie. Heb je een bureau ingeschakeld?’
‘Ik ben bij een reclamebureau langs geweest, maar ik heb geen geld voor wat zij willen doen. Kun je geloven dat ze twintigduizend dollar vragen voor het maken van een paar tijdschriftadvertenties? En daar zitten de kosten voor het adverteren nog niet eens bij. Dus ik wil het gewoon zelf doen,’ zei May.
May had ‘twintigduizend dollar’ gefluisterd alsof het zo’n schokkende som geld was dat het niet hardop gezegd mocht worden. Ik dacht dat ik haar maar beter niet kon vertellen dat dat mijn jaarlijkse koeriersrekening was.
‘Ik heb in New York in de reclamewereld gewerkt,’ zei ik terwijl ik achteroverleunde op mijn stoel en een slok wijn nam. ‘Misschien kan ik je een paar tips geven. Vertel er eens wat meer over?’
‘Nu?’ vroeg May.
‘Nu,’ antwoordde ik.
Mijn vingers jeukten ineens om te helpen, om weer in de wereld te duiken die ik zo goed kende. May verdiende een meevaller en misschien kon ik haar die geven. Ik kon praktisch in mijn slaap een strategie voor haar bedenken. Ik kon haar bedrijf laten groeien. Werk was altijd mijn favoriete uitvlucht geweest. Wat was een betere manier om niet meer aan Alex en Bradley en al het andere wat er vandaag was gebeurd te denken dan er in te duiken, hier en nu?
Mays idee voor de advertentie was een ramp. Ze wilde een foto gebruiken van een gelukkig stel dat op een bank zat en naar de camera glimlachte. Het had niets interessants of spannends. Mensen zouden er zo voorbij bladeren zonder dat het ze iets kon schelen of het een advertentie voor tandpasta of voor afgeprijsde slaapbanken was. Ze zouden haar meteen weer zijn vergeten, dus ze bracht zichzelf om zeep.
‘Ik vind je idee goed,’ loog ik toen ze nog een glas wijn bestelde en ik op ijswater overging, ‘maar mag ik je een andere benadering voorleggen?’
‘Natuurlijk,’ zei May. ‘Jij bent de expert.’
‘Je moet weten wat mensen belangrijk vinden aan een datingbureau,’ zei ik en ik boog me naar haar toe met mijn ellebogen op mijn knieën. ‘Jij denkt misschien dat dat vanzelfsprekend is – ze willen iemand ontmoeten – maar het is vast veel ingewikkelder dan dat. Wat weerhoudt een potentiële klant ervan om de telefoon te pakken en jou te bellen?’
May fronste haar voorhoofd. ‘Misschien zijn ze bang?’
‘Maar bang waarvoor?’ vroeg ik. ‘Bang om aan een gevaarlijke gek te worden gekoppeld? Bang dat ze wanhopig worden gevonden omdat ze een datingbureau bellen? Pas als je hebt vastgesteld wat mensen ervan weerhoudt om jou te bellen, kun je ze geruststellen. En dat wil je met je advertentie bereiken: ze geruststellen en verleiden.’
‘Wauw,’ zei May. ‘Ik weet niet eens waar ik moet beginnen om daar achter te komen. Hoe doe je dat soort onderzoek?’
‘Heb je wel eens van een focusgroep gehoord?’ vroeg ik haar.
Ze knikte. ‘Volgens mij wel.’
‘Weet je?’ zei ik terwijl ik de bar rondkeek. Het stikte er nu van de flirtende en lachende twintigers en dertigers die elkaar keurend bekeken.
‘We bevinden ons nu midden in jouw focusgroep,’ zei ik tegen May.
Tien minuten later stond ik voor een tiental mannen en vrouwen, allemaal door May meegelokt met de belofte van een gratis drankje. Mijn drie yuppies bevonden zich in de groep, net als een vrouw die met een groepje vriendinnen haar scheiding aan het vieren was. Ik had hen uitgekozen omdat haar vriendinnen een zootje blikjes aan een touw om haar middel hadden gebonden en een bordje met PAS GESCHEIDEN op haar achterste hadden getapet. Ik had het gevoel dat die vrouwen geen blad voor de mond zouden nemen om me te vertellen wat ze precies van een datingbureau verwachtten. De rest van onze groep was een eclectische mengelmoes: een bebaarde jongen die in zijn eentje aan de bar had zitten wachten op een maat die niet op was komen dagen, een zeer aantrekkelijke man met dito vrouw die al vanaf de universiteit bevriend waren maar nooit iets hadden gehad (de seksuele spanning tussen hen was overduidelijk; zodra een van hen een keer een wodka citroen te veel op zou hebben, zouden ze zo op het tapijt liggen rollebollen) en een drietal bevriende collega’s van een advocatenkantoor.
‘Kan iedereen me horen?’ vroeg ik. ‘Ja? Mooi. Laten we beginnen. Ik heet Lindsey en ik wil heel graag weten wat jullie van datingbureaus vinden.’
‘Ik zou er nooit een gebruiken,’ begon een van de vriendinnen van de gescheiden vrouw meteen.
‘Waarom niet?’ vroeg ik.
‘Te gênant,’ antwoordde ze, en een paar mensen mompelden instemmend. ‘Dat is iets voor losers.’
May zat verwoed aantekeningen te maken zoals ik haar had gevraagd.
‘En jij?’ vroeg ik een van de yuppen.
‘Ik meld me wel aan bij jouw datingbureau als jij dan met me uitgaat,’ antwoordde hij, en zijn vrienden lachten en gaven hem een high five.
Ik verborg een glimlach en wendde me snel tot de jongen die alleen aan de bar had zitten wachten.
‘En jij dan?’ vroeg ik.
‘Kweenie,’ zei hij. ‘Het lijkt me een beetje raar.’
‘Dus datingbureaus zijn raar en gênant,’ zei ik.
‘Net als mijn ex-man!’ riep de vrouw met het bordje op haar rug, en haar vriendinnen gierden van het lachen. Er kwamen nu nog een paar mensen bij staan, aangetrokken door het lawaai. Ik klom op een voetenbankje om iedereen te kunnen zien. Godzijdank had ik maar één glas wijn genomen, anders was ik nog omgekukeld ook met mijn ongelijke hakken.
‘Ik vind het wel meevallen,’ zei iemand. ‘Zoveel mensen die ik ken gebruiken Match.com.’
‘Ja, maar een vriendin van me had zich ook aangemeld en trof een man die getrouwd bleek te zijn,’ riep een vrouw vanaf de andere kant van de menigte. ‘En twintig kilo zwaarder dan zijn foto.’
‘Dus mensen doen zich anders voor,’ zei ik.
‘Ja, zoals een vent uit Cleveland,’ zei een van de mannen van het advocatenkantoor. ‘Die wilde hierheen vliegen om een vriendin van me te ontmoeten, bleek hij zestig of zo te zijn. Ik heb hem gegoogeld en haar gewaarschuwd.’
De helft van de groep mensen knikte ineens instemmend. Ze hadden allemaal wel een ‘vriendin’ die zich gebrand had bij het computerdaten.
‘En blind dates?’ vroeg ik.
‘De snelste manier om een vriendschap te verpesten,’ zei iemand die blijkbaar uit ervaring sprak. ‘Als je ze koppelt en ze elkaar niks blijken te vinden, geven ze allebei jou de schuld.’
‘Ik ben eens gekoppeld aan een mannelijke collega van mijn vriendin en dat was echt een varken,’ riep een van de vriendinnen van de gescheiden vrouw. Ze sprak een beetje met een dubbele tong. ‘En ik zo van: “Dus je vindt mij een varken?” Anders had ze me toch niet aan hem gekoppeld?’
‘Wat een trut,’ zei de vrouw met de blikjes meelevend. ‘Jij bent echt geen varken.’
‘Jij ook niet, lieverd,’ zei de eerste vrouw emotioneel terwijl ze haar armen om de nek van haar vriendin wierp. De blikjes klingelden toen ze elkaar beschonken knuffelden.
‘Denk je dat gewone mensen ook van een datingbureau gebruikmaken?’ vroeg ik. ‘Dat er huwelijken uit ontstaan?’
‘Dan zouden ze erover moeten liegen,’ schreeuwde een yup. ‘Zeggen dat ze elkaar bij het wildwatervaren of zo hebben ontmoet.’
‘Of in de gevangenis,’ bulderde een man van het advocatenkantoor, en de menigte jubelde.
‘Dus er is geen goede reden om een datingbureau te bellen,’ zei ik en verhief mijn stem daarbij zodat ik achterin ook goed te horen zou zijn en boven het gejubel uitkwam. Mijn oude werk had me naar een mediaspecialist gestuurd om dat te leren voor toespraken. Dat was een van de redenen dat ik niet dichtklapte als ik voor een menigte moest spreken. Maar vanavond was ik nog meer op mijn gemak dan normaal. Mijn nieuwe kleren en make-up gaven me extra lef.
‘En een datingbureau dat achtergrondonderzoek doet om zeker te weten dat mensen niet getrouwd zijn?’ vroeg ik. ‘Stel dat iemand je date natrekt voordat je hem of haar ontmoet en ook meteen een foto van ze maakt? Stel dat het datingbureau kritisch is en niet iedereen zich kan aanmelden? Zou dat iets uitmaken?’
‘Misschien,’ gaf blikjesvrouw toe, en er klonk instemmend gemompel.
‘Bedankt,’ zei ik, ‘jullie hebben ons enorm geholpen.’
Ik stapte van het voetenbankje en liep naar May.
‘Je was ongelooflijk,’ zei ze. ‘Zoals jij die menigte de baas was.’
‘Ik vond het leuk,’ zei ik en ik realiseerde me dat dat echt zo was.
‘Dat je dit allemaal voor mij doet,’ zei May. ‘Dat is echt te veel.’
‘Je kunt me maar op één manier bedanken,’ zei ik. ‘Laat me jouw advertentie maken. Ik weet al precies wat ik wil doen.’